Je moet een vakantie vaststellen volgens de wens van de werknemer. Het is dus niet de bedoeling dat je eenzijdig bepaalt wanneer een werknemer zijn vakantiedagen opneemt. Dat mag alleen als je daar gewichtige redenen voor hebt. Dan moeten jouw belangen als werkgever zo groot zijn, dat die van de werknemer daarvoor moeten wijken. Bijvoorbeeld als de bedrijfscontinuïteit in gevaar komt. In de volgende drie zaken had de werkgever eenzijdig bepaald wanneer de werknemer zijn of haar vakantiedagen moest opnemen. Het was aan de rechter om te beoordelen of dat wel of niet was toegestaan.
Ontslag op staande voet voor zonder toestemming eerder op vakantie gaan
De werkgever is drie weken gesloten tijdens de zomervakantie. De werknemers zijn dan collectief vrij. Een werknemer neemt zonder overleg of toestemming een week extra vrij. De werkgever wijst erop dat dit gevolgen kan hebben voor zijn arbeidsovereenkomst, maar de werknemer vertrekt toch. De werkgever ontslaat de werknemer op staande voet, de werknemer vraagt de rechter het ontslag te vernietigen.
De rechter oordeelt dat het ontslag geldig is. De werkgever had de collectieve vakanties duidelijk opgenomen in een met hem overeengekomen vakantieregeling. Daar kwam nog bij dat de impact van de coronacrisis en een aanstaande verhuizing reden genoeg waren om van de werknemer te mogen verwachten dat hij bleef werken.
Werknemer bepaalt zelf wanneer zij haar vakantiedagen opneemt
In het tijdelijke contract van een werkneemster is afgesproken dat de werkgever 4 van de 25 vakantiedagen mag aanwijzen als verplichte vakantiedagen. Tijdens haar zwangerschapsverlof vraagt de werkgever haar de resterende vakantiedagen op te nemen voordat haar contract eindigt. De werkneemster gaat hier niet mee akkoord en vordert van haar niet-genoten vakantiedagen.
De rechter is het met haar eens. De werkgever heeft eenzijdig bepaald wanneer de werkneemster haar vakantiedagen moest opnemen. Dat mocht voor wat betreft de afgesproken vier vakantiedagen per jaar, maar dat geldt niet voor de rest van de vakantiedagen. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever de vakantiedagen alsnog moet uitbetalen.
Hof: werkgever mag min-uren niet aanmerken als verlof
Een caissière is aangenomen voor 40 uur per week. De supermarkt roostert haar structureel minder in en merkt deze ‘min-uren’ aan als verlofuren. De werkneemster wordt geschorst en vrijgesteld van werkzaamheden tot het einde van haar dienstverband, twee weken later. De werkgever betaalt deze periode niet uit, maar merkt de dagen aan als verlofdagen. Er zijn zo meer verlofuren ‘opgenomen’ dan waar de werkneemster recht op heeft. De werkgever verrekent dat negatieve saldo aan vakantie-uren met de laatste twee salarisbetalingen. De werkneemster vordert onder andere uitbetaling van het negatieve saldo aan verlofdagen.
De rechter veroordeelt de werkgever tot betaling van het negatieve verlofsaldo. De werkgever heeft de verlofuren eenzijdig vastgesteld zonder instemming van de werkneemster.
Ben je werkgever en heb je vragen over werknemers die een vakantie opnemen of vakantiedagen vorderen? Neem gerust contact op met de arbeidsrechtspecialisten van Sigma. Zij denken graag met je mee!